“Hij was altijd zo’n lekker manneke, maar de laatste tijd weet ik vaak niet wat ik met hem aan moet. Bij alles wat hij ‘moet’ roept hij direct: “Nee, wil ik niet”. Op de fiets, een sjaal om, een beker mee en ga zo maar door. Als ik hem dan enigszins dwing, zet hij het op een brullen. In de winkel of op straat schaam ik mij dood. Ik weet mij er geen raad mee en word er zenuwachtig van en dan schiet ik regelmatig uit mijn slof”. – Herkenbaar? Lees dan snel deze tips.

Als je kind vrolijk huppelend met je boodschappen doet of als hij of zij thuis een leuke opmerking maakt, dan geniet je van je eigenwijze peuter. Maar veel tweejarigen zijn niet meer zo meegaand in vergelijking met hun eerste jaar. Ze ontdekken hun eigen ik en zien zichzelf niet meer als een deel van hun ouders. Dat is natuurlijk een geweldig stap in de ontwikkeling: door nee te zeggen of iets ‘selluf’ doen kun jezelf bepalen wat je wilt doen. Ze worden nu ondeugend omdat ze recht tegen de wensen van de volwassenen ingaan. Dit nee zeggen, ‘selluf’ doen of de eigen gang gaan is niet opzettelijk dwars zitten. De drang om het zelf te doen is sterker dan jou als ouder te gehoorzamen, met name voor peuters is dit het geval.

Thuis heb je wat meer mogelijkheden om de aandacht van het kind op iets anders te richten. Hier heb je ook de mogelijkheid hem/haar even uit te laten razen. In een publieke omgeving is dit vaak moeilijker. Hier ben je meer met jezelf bezig en je peuter te verdedigen tegen de blikken of woorden van mensen om je heen. De drang om te doen wat ze zelf willen is sterker dan te luisteren naar wat de ander wil. De heftige reactie is vaak ook de onmacht: drammen en driftig zijn, zijn middelen om de aandacht naar zich toe te trekken.

Peuters trekken zich niet zoveel aan van wat wel en niet mag en wat ‘fatsoenlijk’ gedrag is. Ze doen gewoon wat ze invalt en houden geen rekening met de anderen. De ene peuter heeft veel meer behoefte om de wil door te zetten dan de andere peuter. Het ene kind is nu eenmaal van nature meer vasthoudend, terwijl een ander snel afgeleid is.

Laat de kinderen oefenen in het zelf doen. Geef je peuter daarom soms zijn/haar zin. Dat kost meer tijd maar het kan heel verrassend zijn waarmee ze komen. Bijvoorbeeld niet de eigen muts op, maar die van hun vader. Laat ze zelf hun jas en schoenen uitdoen, een bord pakken of proberen de ranja in te schenken. Sommige zaken kun je niet aan kinderen overlaten, vooral als het de veiligheid betreft. Ze hebben wel grenzen en duidelijkheid nodig, dat geeft hun houvast en maakt hun zekerder.

Probeer rustig te blijven als je peuter dwars is, zorg voor afleiding, maak een grapje of geef hem/haar meerdere mogelijkheden om uit te kiezen. Bij een flinke driftbui kun je ingrijpen: nu doen we even wat je ouders zeggen. Thuis is het goed om te benoemen dat je peuter best heel boos mag zijn. Zorg er wel voor dat je het altijd weer goed maakt.

Probeer ‘nee’ om te buigen naar iets positiefs: “nee niet doen, zo gaat het kapot. Kijk we geven de bril aan de pop, dan kan hij ook even meekijken.” Probeer een situatie van hard tegen hard te voorkomen, juist dan merkt je peuter dat je er een punt van maakt en wordt het een machtstrijd.

Stel voor jezelf vast wat wel en niet mag. Laat je kind steeds weten wat jouw regels en grenzen zijn. Op deze manier leert je peuter geleidelijk aan te gehoorzamen.

Tot slot: kinderen leren vooral door te horen dat ze iets goed hebben gedaan. Doe dit dus ook vaak, “fijn dat jij mij hebt geholpen met de boodschappen.”