|
Als één van de eerste kinderopvangorganisaties in Nederland heeft KION babybeleid ontwikkeld. Rode draad is het aandachtig bezig zijn met baby’s. Goed kijken en luisteren is nodig om hen te leren kennen en om te weten waar ze behoefte aan hebben.
Verzorging is contact maken We proberen in lichamelijk contact, met oogcontact en stemgebruik aan te sluiten bij beweging, tempo en expressie van de baby. Als we met een baby bezig zijn, zijn we met onze aandacht bij het kind, we maken oogcontact en zeggen wat we gaan doen, zoals ‘Zo, ik ga jou een schone luier omdoen.’ of ’Kom je, dan gaan we naar bed’. Praten tegen de baby werkt geruststellend. We letten goed op signalen en benoemen wat we aan de baby zien of wat zijn aandacht trekt: ’Ja, dat kussen is koud hè?’ of ’Oh, dat is mooi!’. Baby’s hebben meer tijd nodig om informatie te verwerken en te reageren dan oudere kinderen en volwassenen. Daarom geven we een baby de tijd om te reageren op wat we zeggen, wat we doen of op wat er gebeurt. De fles geven is een intiem moment voor baby en pedagogisch medewerker. Het is belangrijk dat een baby zich tijdens het voeden kan ontspannen en concentreren. Daarom nemen we hier de tijd en de rust voor. We streven ernaar dat een baby op een kinderdagverblijf per dag zoveel mogelijk door dezelfde pedagogisch medewerker wordt verzorgd. Praktische omstandigheden bepalen in hoeverre dit haalbaar is.
Evenwicht dagritme baby en groep De ene baby slaapt diep en vast in lange periodes, de ander slaapt minder lang maar in meerdere korte slaapjes. De ene baby is wakker en vol aandacht in de ochtend, de ander is het meest actief in de middag. Elke baby heeft een eigen ritme. Bij baby’s die nieuw zijn passen we ons zoveel mogelijk aan het ritme dat het thuis gewend is aan. Langzamerhand en hoe ouder hij wordt, hoe meer dit zich voegt naar ritme van de groep. Soms is de baby thuis een gang van zaken gewend die op een kinderdagverblijf niet kan worden geboden, zoals rondgedragen worden tijdens het in slaap vallen of borstvoeding. Voor een baby kan het lastig overschakelen zijn. Dit kan leiden tot problemen bij de verzorging op het kinderdagverblijf. In deze gevallen proberen we in overleg met ouders te komen tot een uitvoerbare en voor de baby zo goed mogelijke oplossing.
Overzichtelijke en rustige omgeving Net als iedereen worden baby’s geconfronteerd met prikkels (kleuren, geluiden, geuren, smaken). Maar anders dan oudere kinderen of volwassenen, kunnen baby’s zich hiervoor nog niet afsluiten. Daarom is het belangrijk om te proberen de hoeveelheid prikkels te beperken. We proberen de aankleding van de ruimte rustig te houden. We voorkomen dat ruimtes vol liggen met spelmateriaal. Als we een baby in een box leggen, zorgen we ervoor dat de box, afgezien van enkele op de belangstelling van de baby afgestemde materialen, leeg is. We gaan bewust om met muziek op de groep en letten op de akoestiek.
Activiteiten met baby’s Baby’s zijn bijzonder geïnteresseerd in andere mensen. De momenten dat de pedagogisch medewerker de baby verzorgt, zijn dan ook bij uitstek gelegenheden om korte activiteiten met baby’s te doen. Bijvoorbeeld ‘kiekeboe’ met een doekje of knuffelbeest, zachtjes kietelen, liedje zingen met beweging, etc. Als baby’s wat ouder worden, doen we met twee of drie baby’s korte spelletjes. Momenten dat het in de groepsruimte rustig is (als de groten buiten of in de speelhal zijn of als ze slapen), zijn hiervoor heel geschikt. Baby’s maken een snelle lichamelijke ontwikkeling door. Bewegingsruimte is hiervoor heel belangrijk. Beweging is de motor van hun ontwikkeling. Hierdoor oefenen ze niet alleen hun lichaam, maar leren tegelijk zichzelf en de wereld om hen heen kennen. Om een baby te stimuleren tot bewegen en onderzoeken laten we hem bij voorkeur op de grond spelen. Oudere baby’s geven we ruime gelegenheid voor kruipen en uitdagende omstandigheden zoals kruipen over lage verhogingen (bijv. grote harde kussens). We geven hen de gelegenheid zichzelf op te trekken, te staan en te lopen langs meubilair. In de groepsruimtes is in principe voldoende vrije vloerruimte om te bewegen. Baby’s hebben de hele ruimte tot hun beschikking als de groten in bed liggen of buiten spelen. Soms gaat de combinatie groot en klein goed samen. Maar om te voorkomen dat in drukke, onoverzichtelijke situaties baby’s onder de voet gelopen worden, hanteren we (flexibele) afscheidingen zoals hekjes. Zo kunnen kleintjes (en soms ook groten) ongestoord kruipen en spelen.
Baby’s en andere kinderen Net zoals de andere kinderen zijn baby’s onderdeel van de stamgroep. Ze horen er bij. Baby’s kunnen al zichtbaar plezier hebben als ze bij andere baby’s of oudere kinderen zijn. Ze maken contact door aandachtig naar ze te kijken, naar elkaar te lachen, geluidjes te maken, elkaar aan te raken, elkaar na te doen, naast elkaar te spelen, speelgoed af te pakken, etc. Ook voor de andere kinderen horen de baby’s bij de groep. Zo verwelkomen ze enthousiast de baby als deze binnenkomt of uit bed komt. We vinden het belangrijk oog te hebben voor deze contacten en deze te stimuleren.
Samenwerking met ouders In verband met de voorspelbaarheid is het belangrijk het dagritme en de verzorging van de baby zoveel mogelijk af te stemmen tussen thuis en het kinderdagverblijf. Voor ons is het heel belangrijk te weten wat een baby thuis gewend is. Als wij op het kinderdagverblijf heel anders met het kind omgaan (en dit kan soms niet anders omdat de situatie bij ons nu eenmaal anders is dan thuis), kan dit voor kinderen onduidelijkheid en verwarring opleveren. Overleg en overdracht tussen ouders en pedagogisch medewerkers is daarom heel belangrijk. Naast de mondelinge overdracht, is voor ouders van baby’s tot één jaar de babyklapper een belangrijk communicatiemiddel.
Met vragen over het babybeleid van KION kunt u terecht bij Mireille Aarts:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
.
|