Afgelopen week liep ik het laatste stukje naar mijn werk, toen ik plots een meneer voorbij liep die mij een oprecht vriendelijke glimlach gaf. Ik voelde dat mijn gezicht hier automatisch op reageerde en mijn grumpy ochtend frons plaats maakte voor een vriendelijke glimlach terug. Terwijl ik doorliep bleef de glimlach op mijn gezicht nog even hangen. Jeetje dat was aardig. Het was namelijk geen “ik doe even beleefd” glimlach, maar echt een oprecht vrolijke glimlach. 

 

Het maakte mij vrolijk en ik had zin om deze glimlach ook weer door te geven aan een ander.
Helaas ontweek de eerst volgende persoon die ik voorbij liep met een strak gezicht mijn blik… ECHT?? Hmm dat was jammer, ik voelde direct dat dit een aanval was op het vrolijke gevoel dat de meneer met de glimlach mij had gegeven. Zonde.

Ik denk dat het feit dat de meneer met de glimlach mij zo opviel iets zegt over de manier waarop we als vreemden, lopend over dezelfde straten, met elkaar omgaan. Dat we elkaar amper nog begroeten en als we het wel doen we soms zelfs niet eens respons krijgen van de ander. Maar het zegt ook iets over wat de oprechte glimlach van iemand doet met een ander…of nou ja met mij in dit geval. En naar alle waarschijnlijkheid ook met de meneer die de glimlach gaf.
Het blijkt namelijk dat iets aardigs doen voor een ander je een geluksgevoel geeft. De ander is blij en bedankt je, hierdoor ontstaat er bij jou een gevoel van geluk. Maar daar stopt het niet. De ander heeft namelijk ook een fijn gevoel door dat wat jij deed. Dit maakt de kans groot dat ook deze persoon weer iets aardigs zal doen voor een ander.

Nu denk je misschien…vet veel gedoe…al die aardige dingen doen. Maar niets is minder waar. Zoek het eens in de kleine dingen., zoals het geven van een compliment aan iemand in je gezin, of het glimlachen en begripvol knikken naar een moeder met een huilend kind in de supermarkt, iemand bellen die je allang niet hebt gesproken, een kaartje sturen, iemand helpen op straat als je ziet dat iets niet goed lukt, de mensen die je voorbij loopt vriendelijk begroeten, iets aardig zeggen tegen de kassière in de winkel en ga zo maar door.

Ik stap vaak op mensen af als ik iets aan ze zie wat ik mooi of leuk vind. Ik kan het niet laten en vind ook dat sommige dingen gezegd mogen worden. Stel, je gaat de straat op, je voelt je moe en even niet zo happy, je ziet je vermoeide gezicht in de spiegel en zucht… Dan zegt er iemand op je werk tegen je dat je er goed uit ziet… dat is toch een oppepper! Zo was ik ooit op een feest waar alle meiden met een dikke laag make-up rondliepen. Behalve één meisje, ze droeg geen make up en ik vond haar oprecht zo mooi. Ik kon het niet laten haar dit te vertellen.

Varieer wel in de aardige dingen die je doet. Het is namelijk zo, dat als je steeds alleen maar hetzelfde doet, er uiteindelijk geen geluksgevoel mee vrij komt….je komt dan in een soort van sleur terecht van het op de automatische piloot aardige dingen doen…

Dit alles klinkt toch een stuk beter dan het krijgen van een geluksgevoel door een like op social media, niet?! Dit doet toch veel meer! Jij blij, de ander blij, iedereen blij!

In Nederland is het vandaag “Doe eens vriendelijk dag”, maar in Amerika is het de hele week “Random act of kindness week”. Wil je hier bewust meer mee bezig zijn? Kijk dan eens naar de maandkalender met een dagelijkse suggestie voor een “random act of kindness”: https://www.actionforhappiness.org/media/848110/february_2020_dutch.pdf

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochter (5) en zoon (2) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker pedagogiek en blogger bij KION en schrijft elke week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.

Het is vandaag ‘Maak een nieuwe vriend dag’, maar hoe zit nu bij onze peuters?

Kinderen voelen al vanaf heel jong met welke kinderen ze graag willen zijn. Is een vriendschap dan al mogelijk? Jazeker! Natuurlijk ziet een vriendschap er in elke fase van ons leven anders uit. Vriendschappen bij een jong kind kunnen ontzettend innig zijn en dan ook plots weer over. Contact met andere kinderen is erg waardevol. Het is namelijk goed voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden en het zelfvertrouwen.

Op de kinderopvang wordt het contact met andere kinderen door de pedagogisch medewerker gestimuleerd. Maar hoe doe je dit zelf?

  • Ga op bezoek bij mensen met kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd.
  • Zorg dat je kind vaak op dezelfde dagen naar de opvang gaat, zodat hij of zij dezelfde kinderen ziet.
  • Benoem wat je ziet. Bijvoorbeeld: 'kijk, Tom is er ook al'. Of 'hej zie je dat? Klaas heeft dezefde jas aan'. 
  • Geef je kind de vrijheid om contact te maken met een ander kind. Neem even afstand en zie wat er gebeurt. 
  • Niet pushen. Speelt je kind liever alleen op een rustig plekje? Dan is je kind misschien nog niet toe aan een vriendschap of heeft hij of zij er vandaag even helemaal geen zin in. 

Mijn dochter komt bijna dagelijks het schoolplein op rennen met de vraag of ze met een van haar vriend(innet)jes mag afspreken. Ze vertelt mij over de kinderen waar ze graag mee speelt en over de kinderen waar ze minder graag mee speelt. Bij mijn zoon is dit anders. Ik, oké, oké meestal mijn vriend, brengt hem naar het kinderdagverblijf. Hij maakt een praatje met de pedagogisch medewerker en onze zoon begint te spelen. Bij het ophalen ziet hij soms iets meer, als hij stiekem even door het raam naar onze zoon spiekt. De pedagogisch medewerkers van de groep van onze zoon vertellen over zijn dag en met welke kinderen hij graag speelt, maar zien doe je het eigenlijk niet zo vaak. Soms tijdens het brengen of tijdens het halen en natuurlijk uit het enthousiasme als hij zelf over ze vertelt.

Extra leuk is het wel, als je voor het eerst getuige mag zijn van zo’n mega klik tussen twee kinderen. Een soort van vriendjes op het eerste gezicht…of nou ja, eigenlijk niet. Mijn zoon is een stukje jonger en pakte een half jaar geleden nog zonder blikken of blozen de fiets van zijn vriendje. Nu hij zelf in de fase zit dat zijn fiets ook echt ZIJN fiets is (en alle andere spullen), begrijpt hij vast dat dit hem toen niet in dank werd afgenomen haha. Op het moment dat mijn zoon een peuter werd klikte het plots ontzettend goed tussen die twee.

Terwijl de moeders stonden te kletsen op het schoolplein ontdekten de kinderen elkaar. Ze renden heen en weer en maakten grapjes waar ze vreselijk om moesten lachen. Op weg naar huis bleef mijn zoon de naam van zijn nieuwe vriendje roepen. En de eerstvolgende keer dat ze elkaar zagen gingen ze verder waar ze gebleven waren. Lachen, rennen en gek doen. Toen beide moeders de kleine jongens met elkaar konden chanteren… toen wisten we dat het goed zat. Want geloof me dat ze snel hun jas en laarsjes aan hebben als ze weten dat ze elkaar zullen zien op het schoolplein.

Nu zijn ze echte vriendjes, met glunderende gezichtjes als ze elkaar zien.
De schoolplein sessies (terwijl de moeders kletsen) zijn ondertussen uitgegroeid tot oppassessies en die twee jongens vinden het geweldig. Ze hebben de coolste dansmoves, halen de beste grappen uit (zoals je tong uit steken of met een autootje gooien) en spelen heerlijk naast elkaar.

Het is zo simpel. Elkaar even niet gezien? Ze gaan door waar ze gebleven waren. Huilen om afgepakt speelgoed? En ze rennen en lachen weer verder. Zo vrolijk en ongecompliceerd.

Als mijn vriend onze zoon vraagt: ‘ben je mijn vriendje?’ Antwoord hij verontwaardigd dat nu iemand anders zijn vriendje is. Erg loyaal dus.
Heeft hij dan ook een vriendje voor het leven gevonden? Dat zou leuk zijn. Ik vind zijn ouders namelijk ook erg leuk! Maar helaas kunnen we hier nog niets over zeggen… Zo makkelijk als ze vriendjes zijn geworden, zo makkelijk wisselen ze elkaar weer in…voor een kind dat een mooier stuk speelgoed heeft bijvoorbeeld. No hard feelings…meestal…op die leeftijd. Helaas denk ik daar als moeder heel anders over. Ze zijn zo leuk samen! Ik zou het echt vet stom vinden als ze elkaar inruilen voor een ander kind dat misschien interessanter speelgoed heeft…en waarschijnlijk minder leuke ouders haha.

Ach tijd zal ons leren. Voor nu is het ontzettend leuk, erg goed voor het oefenen van de sociale vaardigheden en erg goed voor het zelfvertrouwen van de jongens.

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochter (5) en zoon (2) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker pedagogiek en blogger bij KION en schrijft elke week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.

Tijd voor het avondeten. Netjes aan tafel, groente, een vleesje en … pasta. Ja, pasta is de grote favoriet. Net zoals veel peuters eet mijn zoon graag alles gescheiden en herkenbaar. De pasta heeft zijn voorkeur, maar de broccoli vinden zijn ouders (wij) ook belangrijk.
We zijn daarom een tijd geleden gestart met een heus broccoli promotieteam en ik kan je vertellen, met groot succes!
Waar ik hem eerder steeds vroeg een roosje broccoli te eten en hij naar me keek met een blik van ‘nou niet per se’ en mij even later duidelijk liet weten dat ik hem met rust moest laten, was het nu tijd om de strategie te veranderen.
Laten we het eens op een positieve manier proberen… met een feestelijke twist.
Ik stopte een roosje broccoli in mijn mond, zette grote ogen op, slikte het door en zei vol enthousiasme: ‘oh sterk en stoerrrr!’ terwijl ik trots mijn spierballen liet zien. De kleine man volgde in stilte wat ik deed. Zijn vader vond dit duidelijk een goed idee en is altijd wel te porren voor een spelletje. Ook hij stak een roosje broccoli in zijn mond, zette zijn spierballen op en riep ‘YEAH, sterk en stoerrr!’ Ondertussen had het kleine jongetje een grote glimlach op zijn gezicht. Zijn vader en ik zetten het theaterstuk voort. We werden er zelf eigenlijk ook wel vrolijk van. En serieus, het lokale theatergezelschap was er niets bij. Onze uitvoering viel goed bij het publiek. Een hele grote glimlach en ja hoor, het moment! Hij stopte een roosje broccoli in zijn mond. Hij keek met glinsterende ogen, balde zijn vuisten, liet zijn spierballen zien en riep ‘stek en stoeeeh’. De kleine jongen wilde mee doen, ook ‘sterk en stoerrrr’ roepen. Op het kinderdagverblijf (en thuis) doet hij dit elke dag voor het fruitmoment.

En wij? Wij joelden, klapten en riepen ‘yes, sterk en stoerrr!’ Wat waren we trots op onze zoon, maar ook op onszelf. Goed samenspel en een tien voor de enthousiaste presentatie, die we overigens de rest van de maaltijd vasthielden terwijl onze zoon maar roosjes broccoli bleef eten.

Of het hierdoor komt dat hij nu een echt broccoli monster is en elke maaltijd vraagt waar de broccoli blijft, dat kan ik niet zeggen. Maar het idee lijkt me leuk.
Helaas gaat de vlieger van ons enthousiasme niet altijd en met alles op. Voor een lekker prutje met van alles door elkaar is hij echt niet te porren, hoe leuk de liedjes ook zijn.

Dat veel jonge kinderen niets willen weten van het eten van groente weten we wel. En oh wat vinden we het belangrijk dat ze dit juist wel doen! We willen namelijk dat ze gezond en voldoende eten. Juist daarom raken we snel gefrustreerd, dat bevordert de sfeer aan tafel niet en maakt ook niet dat ze meer of beter gaan eten. Naast het opzetten van een heus groente promotieteam/ theatergezelschap, probeer ik ook de Elsa in mezelf te vinden het los te laten.
Vandaag at hij alleen maar de pasta, gisteren alleen maar de broccoli…oké dat is samen een volledige maaltijd. Ow en weet je waar hij ook van houdt? SOEP! Haha de perfecte manier om ongemerkt een hele lading aan groente bij je kind naar binnen te smokkelen. En aangezien het morgen (4 februari) “Zelfgemaakte soep dag” is, ga ik eens kijken welke groente ik hem deze keer ongemerkt kan voorschotelen.

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochter (5) en zoon (2) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker pedagogiek en blogger bij KION en schrijft elke week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.