21 augustus 2017

Top 8 babykwaaltjes

Pasgeboren baby’s kunnen last hebben van typische babykwaaltjes. Die zijn bijna altijd onschuldig, maar toch schrik je er vaak van als je baby iets lijkt te mankeren. Daarom zetten wij de acht meest voorkomende babykwaaltjes op een rij, hoe je ze herkent en wat je eraan kan doen.

  1. Overstrekken

Als je baby zich overstrekt, spant hij de strekspieren in zijn rug krachtig aan doordat die spieren sterker zijn dan zijn buigspieren. Hij strekt zijn benen en legt zijn hoofd in z’n nek. Hierdoor kan hij moeilijk ontspannen en huilt hij vaak. Ook kan je baby moeite krijgen met eten, want om goed te kunnen slikken en zuigen heb je je buigspieren nodig.

Denk je dat je baby zich overstrekt, ga dan naar het consultatiebureau of de dokter. Zij kunnen je tips geven over hoe je je baby het beste kunt vasthouden en eventueel doorverwijzen naar een kinderfysiotherapeut.

  1. Geel zien

De meeste baby’s zien de eerste of derde dag na de bevalling een beetje geel. Zeker te vroeg geboren baby’s, bij wie de lever soms nog niet goed werkt. Geel zien komt doordat een baby, ook al is hij gezond, met een té groot aantal rode bloedlichaampjes wordt geboren. De overtollige bloedlichaampjes sterven af en daarbij komt bilirubine, galkleurstof, vrij.

De lever kan die grote hoeveelheid bilirubine niet snel genoeg verwerken. Daardoor komt de galkleurstof in het bloed terecht en krijgt je baby een geel huidje. Deze geelzucht is meestal onschuldig en verdwijnt vaak binnen een week. Door daglicht verdwijnt de geelheid sneller, dus je kunt je baby’s bed bij het raam zetten als hij geel ziet.

  1. Bloedend naveltje

Na de geboorte krijgt je baby een navelklem. Die zorgt ervoor dat het restje van de navelstreng eraf valt. Meestal gebeurt dat na een dag of zes. Bij sommige kinderen blijft een stukje herstelweefsel achter. Op het consultatiebureau kunnen ze dat aanstippen met zilvernitraat, zodat het verdwijnt. Baby’s kunnen de eerste tijd nog wel eens last hebben van een bloedende navel, maar dat kan geen kwaad. Het kan komen door te lang schoonmaken met een alcoholgaasje, waardoor het korstje eraf gaat. Als het wondje te lang open blijft, verwijst het consultatiebureau je door naar de huisarts.

  1. Traanogen

Het traanbuisje dat het traanvocht van het oog naar de neus brengt, is bij pasgeboren baby’s nog smal en werkt daardoor niet goed. Daardoor kan je baby last krijgen van een traanoog. Gelukkig gaat het meestal na een week of zes vanzelf over, als de traanbuis volgroeid is. Veel kun je er in de tussentijd niet tegen doen. Maak de ogen schoon door ze te deppen met een watje of gaasje met afgekoeld gekookt water. Veeg naar de neus toe, anders komt het vuil weer in het oog. Ook kun je de traanbuis ‘masseren’ door er met je pink zachtjes overheen te wrijven.

  1. Spugen

Het is niet gek als je baby na de voeding een mondje melk teruggeeft. Dat doen de meeste baby’s. Misschien heeft hij te veel voeding gehad en kan het laatste beetje er niet meer bij. Of hij heeft te veel lucht binnengekregen bij het drinken. Het kan ook zijn dat het gaatje in de speen te groot is. Houd je baby na het voeden een poosje rechtop, dan kan de voeding beter zakken. Bij de meeste baby’s gaat het spugen vanzelf over als ze vast voedsel krijgen.

Groeit je baby goed en heeft hij voldoende plasluiers, dan is er niets aan de hand. Als je baby grote hoeveelheden blijft spugen en er zichtbaar last van heeft, kun je met hem naar de huisarts gaan. De huisarts kan je bij flesvoeding adviseren de melk in te dikken met johannesbroodpitmeel of misschien schrijft hij medicijnen voor. Is dat ook niet de oplossing, dan is je baby misschien allergisch voor bepaalde voeding.

  1. Darmkrampen

Huilt je baby hard en langdurig, vooral ’s avonds en strekt hij zijn beentjes en trekt hij ze daarna weer in? Zie je dat hij pijn heeft en is hij ontroostbaar? Dan is de kans groot dat hij last heeft van darmkrampjes. Waarschijnlijk ontstaan darmkrampen doordat de darmen nog niet helemaal volgroeid zijn. Ook kan het zijn dat je baby te veel voeding krijgt of dat hij lucht binnenkrijgt bij het drinken.

Geef je borstvoeding en heeft je baby ook overdag krampen, dan kan dat komen door iets dat je zelf hebt gegeten. Wat jij eet, komt zes uur later in de borstvoeding terecht. Om de pijn te verzachten kun je zachtjes over de buik van je baby wrijven. Of draag hem in buikligging op je arm of leg een warme kruik in een handdoek gerold tegen zijn buik aan. Buikkrampen zijn een van de typische babykwaaltjes van de eerste drie maanden. Meestal verdwijnen ze daarna vanzelf.

  1. Spruw

Spruw ziet eruit als witte spikkels op de tong, op het slijmvlies van de wangen en op het gehemelte van je kind. Je kunt de vlekjes niet wegvegen. Spruw is een infectie die wordt veroorzaakt door de schimmel Candida Albicans. Niet alleen kinderen die borstvoeding krijgen kunnen spruw hebben. Ook als je kunstvoeding geeft, kan je baby er last van hebben.

Een baby met spruw wil meestal niet eten en heeft pijn in zijn mond. Via de mond kan het maag-darmkanaal worden geïnfecteerd en zo kan hij ook uitslag op zijn billen krijgen. Als je borstvoeding geeft, kun je zelf last hebben van pijnlijke tepels. Spruw verdwijnt meestal vanzelf. Is dat na een week nog niet gebeurd, ga dan naar de dokter. Hij schrijft een middeltje voor waardoor het binnen een paar dagen over is.

  1. Luieruitslag

Bijna alle baby’s hebben wel eens luieruitslag. Op de billen of aan de binnenkant van de bovenbenen ontstaan dan rode, schrale plekken. Die kunnen pijnlijk zijn. Luieruitslag ontstaat doordat de luier langs de tere huid schuurt en de huid langere tijd in contact staat met urine en ontlasting.

Verschoon je baby dus regelmatig en maak zijn billen schoon met lauw water zonder zeep. Dep ze zachtjes droog en laat je kind als het even kan met de billen bloot liggen, zodat de plooien goed drogen. Smeer de billen daarna in met zinkzalf. Is de luieruitslag niet na een paar dagen over of wordt het zelfs erger, ga dan met je baby naar de huisarts.

17 augustus 2017

Het gemiddelde leeftijdsverschil tussen twee kinderen in een gezin is iets meer dan twee jaar. Soms loopt het anders. En dat heeft ook zo zijn voordelen. Wij sommen er hier zes op.

Als je twee kinderen binnen twee jaar krijgt (bewust of ongepland) dan ben je er snel bij. Doe je hetzelfde in Amerika dan noemen ze jou een ‘babybuncher’: iemand met een ‘bunch of baby’s’. Dus misschien wel méér dan twee. Als je bijvoorbeeld vlak na je eerste kind zwanger bent van een tweeling.

In de Verenigde Staten weten babybunchers elkaar te vinden op speciale websites of blogs waar ze tips uitwisselen en elkaar een hart onder de riem steken als er eentje even in een dip zit. Twee kinderen heel snel achter elkaar krijgen is nét even anders dan wanneer je een iets grotere peuter en een baby hebt. Het is druk met voeden, verschonen, knuffelen en nog veel meer. Maar het ook echt serieus leuk om een babybuncher te zijn.

De voordelen

Er zitten natuurlijk nadelen aan als je je kinderen snel achter elkaar krijgt. Sommige dingen zijn wat lastiger met twee hele kleine kinderen. Een goede kinderwagen bijvoorbeeld, of de babyfoonsignalen kruisen elkaar. Maar daarnaast zijn er natuurlijk legio positieve punten:

  1. Je hoeft je geen zorgen te maken over striae want de huid van je buik is nog opgerekt zodat hij niet snel onderhuids zal breken. De buikspieren en de banden zijn ook nog uitgerekt en daardoor heb je minder last van een pijnlijke buik omdat ze zo weer in de babybuikstand staan. De rek zit er nog lekker in.
  1. Bij je eerste bevalling ben je helemaal voorbereid. Elk woord van de kraamverzorgster neem je op en noteer je om nooit meer te vergeten. Daardoor zijn de meeste moeders tijdens de tweede zwangerschap relaxter maar voor een babybuncher is het nóg makkelijker. De onderhandse greep waarmee je in één beweging je baby uit bad tilt? Die kun je nog dromen. Het aanhappen? De hamburgergreep? Alsof je het gisteren nog hebt gedaan. En dat is natuurlijk ook bijna zo. De kraamhulp jou minder te leren dus houdt ze tijd over voor een extra wasje ;-)
  2. Als je doodmoe achter je tweelingwagen in de supermarkt staat of over straat loopt en je krijgt te horen “Wow, je zult het wel druk hebben met twee van die kleintjes!” voelt dat als een schouderklopje. En terecht. Twee in twee jaar is een hele prestatie.
  3. De eerste maanden voelt het alsof je de hele dag Twister loopt te spelen als je twee kinderen onder de twee jaar verzorgt. Terwijl je vastzit aan het kolfapparaat wil de baby getroost worden en je dreumes zijn speen. Met rechts bedien je de kolf en met links aai je over het hoofd van je baby én in een vloeiende beweging pak je met je voet de speen van de grond. Je kunt echt meer tegelijk dan je denkt.
  4. De baby wordt de hele dag omver geduwd door je dreumes. Gewoon, omdat hij dat kan en de baby nog niet. Het is dus niet per se zo dat ze later hecht worden omdat ze zo weinig in leeftijd schelen. Feit is wel dat ze ongeveer in dezelfde fase zitten en daarom iets aan elkaar hebben. Kijkt de een op de tablet naar een kinderprogramma dan schuift de ander gezellig aan. Nieuw speelgoed wordt door beide partijen blij ontvangen. Naar een indoorspeeltuin; ze springen samen in de ballenbak en gaan achter elkaar de glijbaan op. Dat maakt alles weer makkelijker voor jou.
  5. Ze leren van elkaar maar dit hoeft niet altijd een voordeel te zijn. De baby van amper één jaar roept vol overtuiging “Nee!”. Zó overgenomen van je dreumes. Maar leren van elkaar is soms ook in jouw voordeel. De jongste gaat sneller op de pot en zelf eten, ook díe kunstjes kijken ze van elkaar af.
3 augustus 2017

Ga je op vakantie met oudere kinderen die je niet meer de hele dag in de gaten hoeft te houden? Dan is het slim om ervoor te zorgen dat zij zich niet gaan vervelen op vakantie. Door een ruim activiteitenaanbod zullen jouw kind(eren) zich nooit vervelen op vakantie!

Zwembad met glijbanen

Het belangrijkste als je op vakantie gaat met kinderen van 8 jaar of ouder, is toch wel het zwembad. En dan voldoet niet een bad van 10 bij 25 meter. Hoe meer glijbanen het zwembad heeft, hoe beter het is. In het zwembad maken kinderen super snel nieuwe vrienden en zijn ze de hele dag zoet. Af en toe zal je er zelf aan moeten geloven om ook een duik te nemen!

Animatieteam

Als er op de vakantielocatie veel activiteiten georganiseerd worden, zit er waarschijnlijk wel iets bij wat jouw kind(eren) aanspreekt. De een slooft zich uit in een voetbaltoernooi of speurtocht, terwijl de ander liever volleybal speelt of meedoet aan de playbackshow. Als er veel te doen is, hebben jouw kinderen een top vakantie!

Avontuurlijke natuur

Is er een dorpje verderop waar je alleen kan komen door een boswandeling te maken? Of is er een mountainbike route door een dichtbijgelegen natuurgebied? Doe dit dan! Je komt vaak op de beste plekjes en ziet de mooiste natuur. Als het eindigt bij een waterval kunnen jullie zelfs nog een lekkere duik nemen.

Levendige omgeving

Kan je naast mountainbiken ook op een safari tocht? Of op een andere excursie? Laat ieder kind een activiteit kiezen die zij graag willen doen. Dan kan de rest van het gezin bepalen of ze meewillen. Misschien is er in de buurt wel een zip line route, of kan je ergens in de buurt de grotten in. Ook een kanotocht brengt je vaak langs de ‘must see’ plekjes van jouw vakantiebestemming.

31 juli 2017

Grasvlekken, moddergezichten en gescheurde broeken; vier op de tien ouders heeft er moeite mee als hun kind vies wordt. Hoe overtuig je deze ouders om hun kinderen toch lekker in de modder te laten spelen? Op het Groene Kinderopvangfestival was hierover een workshop.

"Hoe vaak speelde jij vroeger als kind buiten? Wat deed je toen?" was de vraag aan de bezoekers. Bijna iedereen speelde veel buiten. De activiteiten verschillen flink: van boomklimmen en slootje springen tot het onschuldige 'stoepranden'.

"Mocht je toen vies worden?" De meeste pedagogisch medewerkers knikken enthousiast, al mochten natuurlijk niet de netste jurken tijdens het buitenspelen aan. De antwoorden verschillen behoorlijk met hoe de kinderen van nu over twintig jaar zullen antwoorden want vijftig procent van de kinderen speelt minder buiten dan twintig jaar geleden. Veertig procent van de ouders heeft er moeite mee als hun kind vies wordt. Aan de pedagogisch medewerkers de belangrijke taak om ouders uit te leggen waarom buitenspelen en vuil en vies worden gezond is.

Belangrijk

Wetenschappelijk is aangetoond dat buitenspelen in de natuur de ontwikkeling van kinderen enorm stimuleert. Wanneer kinderen vies mogen worden, nemen bijvoorbeeld de creativiteit, nieuwsgierigheid en kwaliteit van spel toe. Het is goed voor het concentratievermogen en kinderen leren beter omgaan met risico’s zoals vallen en uitglijden. En niet te vergeten: buitenspelen in een natuurrijke omgeving draagt bij aan een positievere houding en gedrag tegenover natuur en milieu. Het is ook goed voor de weerstand van kinderen. Kijk maar eens hoe blij de kinderen op deze dag zijn.