Een kind dat alles krijgt wat 'ie wil zou je een verwend kind kunnen noemen. Aan deze uitspraak hangt wel iets vreselijk negatiefs. Bij een verwend kind zie je een kind voor je dat verwacht alles te krijgen wat zijn of haar hartje begeert en dan ook nog nú. Het kind hoeft hier zelf niets voor te doen en is ook niet van plan iets voor een ander te doen.  

Is het echt zo negatief? Hoe kom ik aan zo’n kind en hoe kan ik dit ombuigen?

Er wordt gezegd dat er voor goed opvoeden twee basisvoorwaarden nodig zijn. 

  • Je ondersteunt je kind, accepteert je kind om wie het is, geeft het liefde en aandacht en je hebt zicht op zijn of haar behoefte;
  • Er zijn regels en grenzen dus stel je eisen aan je kind, krijgt het verantwoordelijkheden passend bij de leeftijd en je leert je kind rekening te houden met anderen.

Wanneer de eerste voorwaarde wel volledig aanwezig is maar de tweede niet, dan zeggen ze 'hier is een probleem en er is sprake van verwennen'. De grote buitenwereld is namelijk niet van plan tegemoet te komen aan alle eisen, verwachtingen en behoeften van het kind. Aangezien het kind het niet gewend is om tegengas te krijgen kan dit lijden tot de nodige stress. Het kind wordt dan gezien als vervelend, lastig en veeleisend.

Hoe zien die basisvoorwaarden er uit in het dagelijks leven?

Een verwennerijtje op z’n tijd kan natuurlijk geen kwaad. Soms doe je het om positief gedrag te belonen of gewoon omdat het heerlijk is om je kind zo blij te zien. Het gaat pas mis als je altijd alles op alle fronten doet voor je kind. Bijvoorbeeld als jouw ‘nee’ altijd een ‘ja’ wordt, je kind altijd dat te eten krijgt wat het wil, altijd zelf mag bepalen wanneer het gaat slapen, altijd extra cadeaus krijgt en bepaalt wat er in de boodschappenkar bij de supermarkt gaat.

Je kind wordt ook niet meer echt blij van deze verwennerijtjes. En jij doet alles wat je kind wil, ook al voel je ergens dat je het beter niet kan doen. Kortom, het kind bepaalt de regels en grenzen. Zoals zoveel dingen in het leven is alles waar 'té' voor staat minder goed. Denk bijvoorbeeld aan: 
Je doet téveel voor je kind: je neemt je kind té veel uit handen en doet dingen die het zelf ook gewoon kan zoals bijvoorbeeld de eigen boterhammen smeren. 
Je kind téveel geven: alsmaar cadeautjes en hebbedingetjes kopen, maar ook met aandacht geven: het kind verwacht dat ál jouw aandacht er altijd is wanneer hij/zij dit wil en kan daardoor niet meer wachten.
Je geeft téveel toe: je zegt 'nee' maar omdat je kind protesteert, wordt het een 'ja', zelfs als je hier zelf eigenlijk niet achter staat maar omdat het soms zó vermoeiend is.

Maak je dus niet te druk om de cadeaus met een verjaardag of Sinterklaas. Je kind op een speciaal moment wat extra’s geven maakt van je kind geen zogenaamd ‘verwend kind’. Maar vallen deze aandacht en de cadeaus niet meer op en is je kind er zelfs niet echt meer blij mee, dan mag je je achter je oren krabben en bedenken dat het tijd is om iets te gaan veranderen.

Merk je dit bij je kind? Dan is hier altijd wat aan te doen. Zo maar ineens stoppen met alles wat je deed voor je kind is misschien wat heftig. Maar begin bij één van de punten die je wilt aanpassen. Zoals het téveel geven. Maak afspraken over wat hij/zij wanneer krijgt en waarom. Leg uit waarom je dit doet en dat je niet toegeeft als hij/zij blijft vragen: 'Nee is nee'. In het begin is dit moeilijk maar hoe langer je dit volhoudt, hoe beter je kind zal reageren en jouw nee zal accepteren.