Opvoeden… je hebt er allerlei ideeën bij. Je wil je kind graag op laten groeien tot een fijne en gelukkige volwassene, die zich staande kan houden in de wereld van nu. Maar tjonge, zo makkelijk is dat nog niet.
Vorige week was ik bij de thema-avond van Steven Pont met het onderwerp ‘Wat maakt jouw kind echt gelukkig?’. Dit soort avonden werken voor mij altijd als een eyeopener: hoe ga ik om met mijn kinderen?
Steven Pont sprak over het feit dat kinderen een beschermende binnenwereld en een eisende en uitdagende buitenwereld nodig hebben. Dat ze, vanuit het vertrouwen dat jij ze geeft, zelf kunnen ervaren. Dat ze risico’s durven te nemen, nieuwe dingen proberen en leren. Door zelf te kunnen ervaren, ervaren ze ook hoe ze verbonden zijn met anderen. Denk aan samen schommelen en één van de twee valt of samen voetballen en de bal gaat in de sloot, wat nu?

Je kunt al deze problemen voor je kind oplossen, maar kan je kind dit misschien ook zelf?
Vaak wel. Stevens stelling: twee keer NEE is JA.
Stel jezelf twee vragen:
1. Is het levensbedreigend?
2. Hebben anderen er last van?
Kun je beide vragen met NEE beantwoorden dan is het antwoord dus JA, laat je kind zelf ervaren. Van die eerste vraag krijg ik al de zenuwen, en geloof me ik ben echt voor leren door ervaren, maar ik ben ook een bangerik. Staat mijn dochter ergens bovenop (lees: hoog voor hoogtevrees), dan zie ik haar al vallen. En nee, niet gewoon vallen op haar knie, ik zie haar vallen met ernstig letsel tot gevolg. Ik ben me hiervan bewust en bijt geregeld op mijn lip of kijk even de andere kant op. Het gekke is dat ik dit nooit had toen ze nog kleiner was. Misschien was toen de afstand dat ze naar beneden kon vallen nog niet zo groot.

In veel situaties komt de eerste vraag niet eens aan bod. De tweede vraag ‘Hebben anderen er last van?’ die komt vaker langs. Vervang‘anderen‘ maar eens door ‘ik’. “Heb ik er last van dat de hele tuin straks onder de modder ligt? Heb ik er last van dat ze alle stickers die ik net voor haar heb gekocht in een keer op een papier plakt? Heb ik er last van dat de vloer er vreselijk uitziet na het eten?” En ga zo nog maar eens een tijdje door.
Ik heb voor mezelf hierin een beslissing gemaakt. Als mijn kind, in dit geval mijn dochter, iets kan leren van deze ervaring dan zeg ik JA. Ook als ik daarna iets meer op moet ruimen en hier eigenlijk geen zin in heb.

Zo gebeurt het dat…
…ze met potgrond flinke modder maakt op de glijbaan in de tuin en daar natuurlijk met haar kleren doorheen glijdt.
…ze in de keuken al haar barbies en pony’s in de wasbak staat te wassen, met als resultaat overal nattigheid en een meisje dat zelf met haar billen in de wasbak zit.
…haar douchegel in één keer door het doucheputje spoelt, omdat ze zich niet wast maar er soep van maakt. “Nu is het op!” Ja helaas.
…ze het veel te warm heeft, omdat ze op die zomerse dag perse een trui én een vest aan wilde.
…ze helemaal van top tot teen onder het zand zit, omdat ze zo nodig in het zand wilde rollen.
…ze met haar jurk het zwembad in gaat en er dan achter komt dat dit niet zo’n goed idee was.

En weet je, als ik mijn zorgen opzij zet dan kan ik zo vreselijk genieten van het kind dat zelf ervaart en daar beretrots op is. Dat ik ook beretrots ben, haar uit durf te dagen en mijn bewondering naar haar uit kan spreken. En zo speel ik een groot onderdeel in het beeld dat zij heeft van zichzelf…haar zelfbeeld.