Afgelopen kerst kreeg onze zoon een prachtig cadeau onder de kerstboom. Het was een cadeau waarvan zijn ouders zeiden ‘ach dan heeft hij dat ook maar gehad’ en waarvan hij zich achteraf waarschijnlijk afvroeg wat hem nu weer was overkomen.
Wat het cadeau was? Zijn grote neef met waterpokken, gekleed in een prachtige dino kersttrui.
Dit cadeau kwam overigens niet uit het niets. Mijn schoonzus had ons netjes geïnformeerd. Maar zoals zijn ouders (ik) al zeiden ‘Hij kan het maar gehad hebben.’

En ja hoor netjes drie weken na kerstavond (de tijd tussen besmet raken en ziek worden is tien dagen tot drie weken) ontdekte we de eerste pokken. Een drietal rode, ronde blaasjes op zijn romp. Ohh jaaa, dat verklaart ook waarom hij de afgelopen dagen niet zo lekker was. Eerst koortsig en niet lekker… dan de blaasjes. We hadden het woord waterpokken nog niet uitgesproken of het waren er al twee keer zo veel.
Ik wist dat dit de komende dagen nog wel wat erger zou worden, maar ik maakte me niet druk.
Zijn zus heeft op dezelfde leeftijd de waterpokken gehad en dat viel me echt reuze mee. Wel veel pokken, maar niet mega groot, niet al te veel jeuk, ze sliep ’s nachts prima…niks aan het handje. Had ik me even verkeken op de ernst van deze situatie. Jup, het is voor ieder kind anders. Dag twee viel reuze mee...niks aan het handje. Dag drie leek ook mee te vallen…tot het nacht werd.
Een warm bed, warme deken…het recept voor JEUK! Man o man, na vier dagen was het een slagveld! Zijn zus geloofde niets van het feit dat het voor haar niet besmettelijk was. ‘Dit ga ik dus echt niet aanraken hè.’ zei ze met een vies gezicht. Hij zat van top tot teen onder de pokken. En niet alleen maar van die kleine schattige blaasjes, maar echt van die mega blazen (ieuw). Op zijn rug, zijn buik, zijn billen, zijn haren, achter zijn oren, in zijn oren, zelfs op de binnenste rand van zijn ooglid zat er een. Huilend riep hij ‘smeren, smeren’ en dan haalden we het flesje waterpokkenschuim weer tevoorschijn. Het arme krentenbolletje. Het schuim was duidelijk niet genoeg voor de jeuk en het ongemak.

Deze moeder ging op missie…naar de drogist. Betoverd door de flesjes en tubes met de mooiste teksten kwam ik thuis met een fles “Zemelenbad”. Oké, we gaan de jeuk bestrijden jongen.
Uhm ja, dit was ook niet echt de oplossing. Een lege portemonnee en nog steeds jeuk. Al snel werd ik door een moeder met duidelijk meer ervaring op mijn vingers getikt. ‘Zemelenbad? Neeee joh! In bad met een washandje vol havervlokken. In warm water leggen en goed kneden tot het water wit wordt. Dit helpt echt!’ Ze klonk overtuigend, ik wilde mijn arme kind helpen en havermout hebben we altijd in huis.

Al snel zat het gespikkelde mannetje in een bad gevuld met water dat steeds witter werd. We maakten grapjes, knepen om beurten in de washand. Ik liet het water uit de washand over zijn rug en koppie lopen…geen plekje vergeten. Lijfje afdeppen, inschuimen, een niet te warme pyjama aan en slapen. De hele nacht door!!! Yes, dit hielp echt.

Hij at nog steeds niet super, hij was nog koortsig en niet lekker, maar de jeuk was echt stukken minder. Wat mij betreft missie geslaagd. Dat havermoutbad hielden we erin.

Op dit moment zijn alleen de korstjes nog het restant van dit waterpokken avontuur en gelukkig durft zijn zus hem weer aan te raken.

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochter (5) en zoon (2) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker Pedagogiek en blogger bij KION en schrijft elke week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.