De eerste week thuis met z’n allen had ik dit niet zo sterk, maar na een week begon het wel een beetje te kriebelen. Ik wil graag dat ze thuis dingen leren, dat ik ze iets bij breng, dat ze ontwikkelen. Misschien heeft het iets te maken met het feit dat ik ooit opgeleid ben als juf. Natuurlijk krijgen we de input voor thuisonderwijs vanuit school en leren onze kinderen al veel uit het gewoon samen zijn. Maar toch, het voelde alsof ik nu iets wilde doen. Misschien was het wel dat juist nu een deel van het “normale” leven weg viel, ik voelde dat ik ze dingen wilde leren waar ik normaal de tijd niet zo voor neem.
Geen lesjes rekenen, lezen, schrijven. Maar de wereld ontdekken. Voelen, proeven, ruiken, ervaren, de creativiteit die ze hebben stimuleren, mee gaan in de ideeën die ze hebben, praten, kletsen en ga zo maar door. Sommige dingen klinken misschien als vanzelfsprekend en sommige misschien als heel veel gedoe. En natuurlijk, sommige dingen zijn voor sommige ook vanzelfsprekend en sommige dingen zij ook gedoe. Vooral als je ook gewoon thuis probeert te werken en de lessen van school netjes doorwerkt.

Maar het is zo leuk. Denk bijvoorbeeld aan bloempjes plukken in de straat en hier dan parfum van maken. Ontdekken dat de parfum, van bloemen en van heel veel andere gekke ingrediënten, na een week echt niet meer zo lekker ruikt.  Op zoek gaan naar kikkerdril bij de sloot of de vijver, dit mee naar huis nemen en samen ontdekken hoe het uitgroeit tot kikkers. En wat moeten we doen om te zorgen dat ze kikkers worden? Samen koken, brood en taartjes bakken. Voelen aan het deeg en proeven van de ingrediënten. Gekke combinaties van beleg op boterhammen proberen. Papjes (of badjes voor de popjes) maken van blaadjes en modder. En dan natuurlijk bakjes en andere attributen uit de keuken pakken om het spel uit te breiden. Geloof me ik bijt soms op mijn lip, want ik weet dat het ook weer allemaal naar binnen en schoon moet. Maar ik laat ze, het spel is zo heerlijk.

Samen spelletjes spelen en leren over om de beurt, (en bij de wat grotere kinderen) winnen en verliezen. Kletsen over hoe we met elkaar omgaan, over wat er in huis gebeurt en wat wel en niet fijn is. Over hoe het anders kan en over wat precies goed is zo. Over wat nu lastig is en wat we graag zouden willen.

Mijn dochter was vorige week druk aan het bouwen in de tuin. Ze bouwde een toren van alles dat ze kon vinden, met daarop een afwasbak met stoepkrijt. Vanuit het speelhuisje wilde ze het stoepkrijt uit de afwasbak vissen. Ze bond een vergiet aan een touw en liet hem zakken. Maar het lukte niet, ze kreeg het stoepkrijt niet te pakken. Het werd een afwisseling van frustratie en successen. Met een heel klein beetje hulp van ons eindigde het in een afwasbak met water en dingen die konden drijven en een speciale manier om het vergiet omhoog te halen. Heerlijk gespeeld en van alles ontdekt.


Mijn vriend gaat zeker één keer in de week met de kinderen de natuur in. Op avontuur noemen ze dat. Niet de drukke paden op, maar dwars door de natuur. Van die plekjes waar je niemand tegen komt. Met een zakmes en wat lekkers gaan ze op pad. De kinderen mogen kiezen welke kant ze op gaan. Ze spelen in de modder, gooien met stenen in het water, vangen kikkers, luisteren naar vogels en komen altijd helemaal vies en met tevreden gezichtjes weer thuis.

Het kan zo makkelijk en zo moeilijk als je maar wilt. De vuistregel is als ze maar ontdekken en ervaren. Soms moeten we daar zelf ook even iets voor loslaten haha. Die rommel en vieze kleren zijn namelijk allemaal weer op te ruimen. Ook binnen en op het balkon :)

Juist dit zijn de dingen die ze op de meeste scholen niet dagelijks ervaren. En waar we in ons drukke leven vaak niet veel tijd voor hebben of vrij maken. Deze gekke tijd geeft ons soms juist de ruimte voor andere dingen.

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochter (6) en zoon (2) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker pedagogiek en blogger bij KION en schrijft elke week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.