Ongeveer een jaar geleden was het dan eindelijk zo ver. Al een hele tijd koesterde mijn dochter het verlangen de trotse eigenaar te worden van een echt huisdier. Nee niet de vissen die al gezellig bij ons rondzwemmen en elke week een andere naam krijgen. Maar een echt huisdier, zo eentje die zacht is en die je kan knuffelen.
Mijn vriend zat hier totaal niet op te wachten, maar bezweek onder het verlangen van dit toen nog 6 jarige meisje. Oké, hij heeft nog wel even geprobeerd tegen te stribbelen, maar ik was stiekem al op zoek naar huisdier dat paste bij ons gezin.

Op de 7de verjaardag van mijn dochter stond er dan ook een verblijf in de woonkamer dat later die dag bewoond zou worden door een lieve, kleine dwerghamster. Ik deed zelf onderzoek naar het perfecte verblijf, maar liet haar onderzoeken hoe we dit verblijf moesten inrichten. In de winkel stelde ze vragen en vulde haar winkelmandje met alles dat het kleine beestje nodig had.
Toen was het tijd om uit te zoeken wie er met ons mee naar huis mocht. Dat duurde niet lang, voor ik wist zat ik weer in de auto met naast me een heel gelukkig meisje. Op haar schoot stond een reiskoffertje, die ze met beide handen vasthield. In het reiskoffertje zat Snuf de dwerghamster, verstopt onder een laagje katoensnippers.

Mijn dochter was in de wolken met haar Snuf en stiekem vonden we het allemaal wel leuk. Onze kleinste stond dagelijks bij het hok, maakte een paar geluiden (klinkt als “sus”) waar Snuf direct op af kwam en dan werd er met één vingertje geaaid, kusjes geblazen en veel gelachen.

Dat zorgen voor een huisdier in een druk kinderleven niet altijd even makkelijk is hebben we gemerkt. Soms werd Snuf vergeten, wat mijn dochter dan later heel vervelend vond. Gelukkig droeg iedereen zijn steentje bij (zelfs mijn vriend) en zorgden we samen voor Snuf.

Tot het afgelopen vrijdag na een gezellige online pubquiz ineens heel stil was in huis. Opvallend, want Snuf was ’s avonds en ‘s nachts altijd erg actief. Toch maar even kijken…
Een paar keer roepen, een paar keer tikken, rammelen met zijn voerbakje… normaal was Snuf er nu echt allang geweest. Mijn vriend en ik zochten in het hok naar Snuf… En ja hoor, in één van zijn zelf gegraven tunnels vonden we hem dood (nee, het was echt geen winterslaap).

De volgende ochtend vertelde ik mijn dochter het verdrietige nieuws. Ze huilde hard en lang, we troostten haar stevig en lang. Toen was het tijd voor afscheid. Ze knutselde een bedje, vulde het met allerlei zachts uit zijn hok en legde Snuf er met alle liefde in. Achter in de tuin begroef ze hem in een kuiltje onder de boom. “Het is fijn dat ik hem kan begraven.” Even stonden we nog te kijken. Een paar hele dikke tranen rolden van haar wangen op de mouw van mijn jas. “Slaap lekker”, zei ze zacht.

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochters (7 en 1) en zoon (3) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker pedagogiek en blogger bij KION en schrijft om de week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.